Borgerhouts cohousingproject is een succes, maar wettelijk kader ontbreekt nog steeds


vrijdag, 5 mei, 2017
Borgerhouts cohousingproject is een succes, maar wettelijk kader ontbreekt nog steeds

Monique (77), Robert (71) en Georges (73) zijn de gelukkige bewoners van het project Senioren-Thuis. De vraag naar dit soort van cohousing groeit, maar het wettelijk kader ontbreekt. Vlaams Parlementslid Dirk de Kort (CD&V) vraagt de regering om er werk van te maken.

Het is gezellig in de gemeenschappelijke woonruimte in het gebouw Senioren-Thuis in Borgerhout. “Hier is onze deugniet”, zegt Monique Laurent als Robert Canipel binnenwandelt. “Als ik slaap”, reageert Robert gevat.

Het is ondertussen al drie jaar geleden dat dit project de deuren opende. Naast de gemeenschappelijke woonruimte zijn er vijf appartementen voor evenveel bewoners. In de tuin staan de bloemen mooi in bloei. “Dat hebben we te danken aan Georges Gorremans”, zegt Monique.

 

Alternatief voor rusthuis

Senioren-Thuis was een idee binnen OKRA, een beweging van, voor en met gepensioneerden. “We zochten naar andere vormen van samenwonen”, zegt Julia Van Gils, die als vrijwilligster de bewoners van Senioren-Thuis helpt. “We merkten dat veel mensen een rusthuis niet direct zagen zitten. Samen met Beweging.net en deskundigen uit andere organisaties kwamen we op cohousing als oplossing. De sociale huisvestingsmaatschappij De Ideale Woning kocht het pand en richtte het in.”

De evaluatie door de bewoners is positief. “Alleen de lift doet het weer niet”, zegt Robert. “Voor de rest ben ik met mijn gat in de boter gevallen. Ik woonde hiervoor in een pand dat je als krot zou kunnen omschrijven.”

Monique geeft toe dat ze met een klein hartje naar Senioren-Thuis verhuisde. “Maar ik zou nu nergens anders meer willen wonen”, zegt Monique. “We helpen elkaar. Een van de bewoners, een man van Marokkaanse afkomst, gaat geregeld inkopen doen voor het eten. Als je gezelschap wil, dan ga je naar de gemeenschappelijke woonruimte, maar je hebt ook privacy in je eigen appartement.”

 

“Huidig decreet is onvoldoende”

Parlementslid en voorzitter van De Ideale Woning Dirk de Kort hoort het graag. “In vergelijking met drie jaar geleden zie ik hoe deze mensen zich beter voelen en dat ook uitstralen”, zegt De Kort.

 

Volgens de CD&V-fractie in het Vlaams Parlement moet er dringend werk worden gemaakt van een wettelijk kader voor dit soort van woonvormen. Het decreet rond proefomgevingen nieuwe woonvormen is niet voldoende. “De regelgeving moet sneller schakelen, want in realiteit evolueren de nieuwe woonvormen aan een hoog tempo”, zegt De Kort. “Parallel met de proefprojecten moet het beleidskader worden uitgewerkt zodat huidige en toekomstige projecten voor gemeenschappelijk wonen verankerd kunnen worden. Voor steden en gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor het al dan niet toelaten van nieuwe woonvormen, is er nog veel verwarring over wat er mogelijk is. Daarom is het belangrijk dat de definities van samenwonen en cohousing worden ingeschreven in de Vlaamse Wooncode.”


Parkeerplaatsen

Toon Saldien specialiseerde zich in gebouwen voor bijvoorbeeld cohousing. Hij botst geregeld op wetgeving en voorschriften die nieuwe woonvormen eerder afremmen. Zo werkt hij aan project voor enkele oudere vriendinnen die samen willen wonen. “Het opzet is om de woning van een van de vriendinnen te verbouwen met een gemeenschappelijke keuken en zitruimte, maar ook appartementen waar ze apart kunnen wonen”, zegt Saldien. “Het probleem is dat hier het bijzonder plan van aanleg uit 1976 geldt. Op de kavel mag alleen een eengezinswoning komen. Omdat er meerdere woningen komen, leggen de voorschriften ook een aantal parkeerplaatsen op. Deze dames willen echter één elektrische wagen met elkaar delen. Ruimte creëren door aan de achterzijde van het pand wat in de hoogte te gaan, mag dan ook weer niet.”

Op verschillende domeinen zijn aanpassingen nodig om de realisatie van meer cohousingprojecten mogelijk te maken. Alleenstaanden met een uitkering komen vaak in de problemen als ze kiezen voor cohousing omdat ze dan in de categorie van samenwonenden vallen.

 

Nantes

 

In de Franse stad Nantes worden kandidaat-huurders betrokken bij een project van cohousing. Zij tekenen samen met een architect het project uit. Als de woning klaar is, kunnen ze erin wonen. Dit zou in Vlaanderen niet mogelijk zijn omdat wordt vastgehouden aan de volgorde op de wachtlijst. “Niet elke sociale huurder wil deelnemen aan een cohousingproject en de groep moet ook op een goede manier samengesteld worden”, zegt De Kort. “Er is dus een andere manier van toewijzen nodig voor cohousingprojecten van sociale huisvestingsmaatschappijen